Heaven´s Next Saviour – waarom de wereld in brand staat (verhaal)
I
Grote consternatie in de Hemel, want God was toornig en flink ook. “Nietsnutten!”, donderde Hij. “Lapzwanzen!” Je kon een speld horen vallen. Zo erg was het nog nooit geweest. Groepjes engelen kropen sidderend bij elkaar op de verst afgelegen wolken. “En nu allemaal een beetje zitten grienen he,” voer God voort, “van ja Heer sorry Heer, maar Michaël zei dit en Gabriël dat. Ik zou jullie er allemaal uit moeten flikkeren! Wie is hier verdomme God?”
Dat was bekend terrein voor de engelen. Ritselend hergroepeerden ze zich tot de negen koren die aanvingen Gods lof te zingen, zoals ze sinds de Schepping hadden gedaan – tot de jacht op een nieuwe messias geopend werd en alle ellende begon.
Het was, gemeten in mensenjaren, nog niet zo lang geleden dat God besloot dat het mooi was geweest. Hij riep Zijn Zoon tot Zich en sprak: “Jezus, het is tijd. We hebben ze daar beneden nu wel lang genoeg aan het lijntje gehouden. Tijd om terug te keren op aarde, de rechtschapenen thuis te brengen en het licht uit te doen.”
“Ik ga niet”, zei Jezus.