De kruidenier die wakker werd

by ziurdt

In april vierde ik mijn eerste jubileum als ondernemer. Was dat reden voor een feestje? Ik ben er nog steeds niet uit. Natuurlijk, ik ben ver gekomen in die vijf jaar. Al snel kon ik mijn horecabaantjes de deur uit doen en van mijn pen leven. Vandaag de dag prijs ik mij gelukkig dat ik een heel redelijk inkomen verdien in een fractie van de tijd die mensen om mij heen spenderen in hun vaste baan. Er is niemand die mij zegt wat ik moet doen en ik ben vrij om te gaan en staan waar ik wil, want alles wat ik nodig heb is een internetaansluiting.

Mooi, toch? Jazeker. Maar in die vijf jaar is er ook iets verloren gegaan. Want toen ik aan het einde van mijn studie Nederlands de verkapte uitnodiging om te promoveren afsloeg, deed ik dat omwille van een droom. Een droom die ik vermoedelijk koester sinds groep 3, toen ik leerde lezen en schrijven. Sinds die tijd ben ik betoverd door het woord, als bouwsteen van werelden. Kilometers boeken heb ik verslonden, kilo’s papier heb ik beschreven met hele en halve verhalen.

Ik ging Nederlands studeren om de droom te verwezenlijken. Ik zou mij voeden met de traditie en wat de handen van vele vergeten en bekende meesters hadden voortgebracht, om vervolgens goed beslagen ten ijs te komen met een meesterwerk dat al het andere zou doen verbleken.

Tijdens mijn studententijd schreef ik een roman die de verwachtingen moest inlossen. Een jaar nadat ik was begonnen was ik een illusie armer en zag ik in dat het niet goed genoeg was. Intussen ontving ik compliment op compliment van gastschrijvers die college gaven aan mijn universiteit: vooral blijven schrijven jongen, jij hebt iets in je dat eruit moet.

Maar voorbij mijn scriptie lag de grote boze wereld waarin je over geld beschikken moet om van te leven. En geld krijgen de meeste mensen uit een baan. Maar elke dag vroeg op en vrij vragen als je eens iets anders wilde doen dan je dagelijks geploeter? Daarvoor ben ik toch iets te eigenzinnig. Dus besloot ik het talent dat mij werd toegedicht ook in te zetten voor mijn vreten. Er wordt over het algemeen beroerd geschreven, dus iemand die een rechte zin kan produceren was ongetwijfeld erg gewild. En als kwaliteit een prijs heeft, blijft er genoeg tijd over om te werken aan dat meesterwerk.

Vijf jaar verder blijkt dat een illusie. Ik heb geschreven wat een ander wil in ruil voor zijn geld om van te leven. Schrijven is een plicht geworden, een kwestie van routine. Ik ben verworden tot een kruidenier die elke dag zijn bonen telt en uitrekent dat hij daarvan ook deze maand wel weer rond zal kunnen komen. De maand erop wordt het echter krap, dus moet hij weer langs de deuren leuren met zijn waar. En alles omwille van het geld.

De essentie van een burgerlijk bestaan is het streven naar veiligheid en zekerheid. Ik ben met open ogen in de val getrapt en heb de droom geofferd voor die zekerheid. In mei werd ik 30 en zat ik met al mijn vrijheid al ruim 5 jaar op de verkeerde weg. Vrijheid van is niet hetzelfde als vrij zijn tot. Is dit nu de beruchte quarter life crisis, het gevreesde dertigersdilemma? Kan zijn, maar wat heb je eraan: een antwoord op de vraag hoe het verder moet krijg je er niet van.

Want wat zijn nu werkelijk de opties? De financiële zekerheid maar overboord gooien misschien? Voortaan geen kutklussen meer aannemen die wel geld in het laatje brengen maar ook veel energie kosten omdat ze zo vervelend zijn? Of gewoon die hele tekstschrijftoko opdoeken, in een bar gaan werken en dag en nacht schaven aan wat geschreven worden moet? Dat laatste, waarschijnlijk, hoewel de eerste ook al een goede stap zou zijn. Maar daar zit een probleem. Want kruideniers dromen niet. Die tellen alleen hun bonen.

Post to Twitter