Home
Ziurdt.net?
Archief
Feuilleton
Zwammen
Zoek/vind
Roept u het maar
Ambitie  E-mail
Thursday 11 January 2007

Heeft u ook ambitie? Dan wordt u daar vast regelmatig om geprezen. Mits uw ambitie niet uitsluitend gelegen is in persoonlijk gewin. Uw ambitie moet zo niet een zuiver humanistisch, dan toch zeker een bedrijfskundig doel dienen. Tenminste één iemand buiten uzelf moet gebaat zijn bij uw ambitie, anders bent u een egoïst.

Dat is nog maar een decennium of drie het geval. Al die millennia daarvoor werd ambitie beschouwd als iets vuigs, iets voos, iets waar je je maar beter niet mee kon inlaten. Een ambitieus mens was een hoogmoedig mens. Je moest je plaats kennen, en voor de rest zou God wel zorgen, of de goden, of de Staat of de Wereldwil.

Nu dergelijke absolute en universele constructies in de westerse wereld eindelijk om zeep zijn geholpen, is er ruimte ontstaan voor de ambitieuze mens. Eindelijk mag de mens hoog reiken, mits hij daarbij niet uit het oog verliest dat er ook andere mensen zijn. Hoog reiken mag, zolang anderen daar geen schade van ondervinden, maar liever nog, zolang anderen daar baat bij hebben.

 

 

Deze houding is niet in de afgelopen veertig jaar ontstaan, maar is slechts tot bredere lagen van de bevolking doorgedrongen. Vroeger had je al de Verlichting, die de individuele rede tot maatstaf verhief. Filosofisch klonk dat heel mooi, maar de praktijk haalde de theorie heel snel in. Iedereen bleek iets anders te willen met zijn eigen supreme individuele rede, en dan kom je er natuurlijk niet uit.

Ook filosofisch was de suprematie van de individuele rede niet houdbaar: Kant gaf er de ultieme doodssteek aan door de waarneming tamelijk definitief te beperken. Een supreme individuele rede die een universeel oordeel kan vellen is waardeloos als je die rede geen universele feiten kan aanleveren om over te oordelen. Wij kunnen niet zomaar alles waarnemen, zei Kant, want de waarneming op zichzelf is categorisch. Kort door de bocht: wij zien alleen wat we kunnen zien. 

Biologie en natuurkunde hebben deze stelling inmiddels gedeeltelijk onderbouwd. Wij kunnen geen infrarood of ultraviolet zien. Maar ook filosofisch gaat dit op: wij zijn gebonden aan categorieën als tijd, ruimte, oorzaak en gevolg. Alle waarnemingen die wij doen zijn gebaseerd op een basale indeling naar lengte, hoogte en diepte, een tikkende klok en A veroorzaakt B. Iets dat is begrijpen wij niet. Zo kunnen mensen in God geloven: je ziet Hem niet, Hij was er altijd al en zal er altijd zijn, Hij wordt nooit ouder en Hij is nergens door veroorzaakt. Hij is gewoon, en dat gaat ons stervelingen boven de pet – ziedaar de grootheid Gods.

Dit godsbewijs stamt notabene uit de Middeleeuwen, maar is in zekere zin een verwoording van het struikelblok waarover de supreme individuele rede gevallen is. Wij kunnen niet alles waarnemen, want onze waarneming is gebonden aan biologische kenmerken. Filosofisch gezien veronderstelt het begrip waarnemen bovendien grenzen – de grenzen van een theoretisch kader, van ijkpunten. Voor waarneming is niet alleen een object nodig, maar ook een waarnemer.

Een supreme rede zonder betrouwbare en universele waarneming, daar heb je niks aan. Maar aan iemand als God heb je ook niks, zei Nietzsche een tijdje na Kant. God (die met een Zoon) wil dat je deemoedig bent. Dat je erkent dat je zondig bent, waarbij zondig dan gedefinieerd is door Zijn boek, de Bijbel - een definitie die sommige hoge piefen binnen de Kerk dan weer wel mogen uitleggen, gebruikmakend van niets anders dan hun rede., maar dit terzijde.

De bedoeling is dat je je vanuit dat zondebesef ondergeschikt acht aan Jezus, die voor ons aller zonden aan het kruis gestorven is. Als je bij leven en welzijn maar genoeg r.e.s.p.e.c.t. betoont aan Jezus, dan zal je na je dood voor altijd en eeuwig beloond worden. Waardoor je blijft waar je bent, Jezus aanbiddend, vroeger honger en koude lijdend, nu intellectuele armoede en een sober bestaan temidden van talloze verlokkingen doorstaand.

Door God dood te verklaren wekte Nietzsche de ambitie tot leven.

Blijft het probleem van de waarneming. Als er niets of niemand is die universeel kan waarnemen, als dus De Waarheid niet bestaat, hoe kun je dan weten wat Het Goede is? Antwoord: dat kan je niet. Wat doe je dan? Je gaat Het Goede vervangen door wat goed is voor jezelf en eventueel voor de mensen om je heen. Je wordt een egoïst.

Hier ligt de wortel van het millennia oude taboe op ambitie: ambitie komt voort uit en leidt tot egoïsme.

En dat is waar. Niks op af te dingen, helemaal niks. Geen wonder dat sinds de jaren ’60 de ambitie in de lift zit: sinds de mens tot Fantastisch Wezen is verklaard, sinds ieder mens evenveel (namelijk onschatbaar veel) waard is, worden we steeds individualistischer. En steeds egoïstischer. Als we allemaal van onschatbare waarde zijn, dan hebben we ook allemaal recht op een onschatbare rijkdom. Wij willen allemaal rijk en beroemd zijn, omdat we zijn wie we zijn, namelijk onszelf, een Fantastisch Wezen.

En zo komt het dat de ene mens de ander kan - en wíl - vertrappen om hogerop te komen. Maar omdat we dat allemaal kunnen, en willen (ja, geef het maar toe: wie u en uw ambitie in de weg staan moeten gewoon weg), accepteren we het van elkaar. De ruimte die u geeft, is de ruimte die u krijgt.

 

Al die voorouders die de ambitie naar de afgronden van de Hel verwensten lijken aldus gelijk te krijgen. Maar we vergeten één ding: de mensen die vertrappen of vertrappen willen, worden zelf ook vertrapt.* Iedereen knokt en blijft knokken. Daardoor is het nodig compromissen te sluiten. Je eigen ambitie moet verzoend worden met de ambitie van de omgeving, of je wordt vermalen door de willetjes van de anderen.

En daar ligt de oplossing voor de acceptatie van het begrip ambitie. Als mensen in staat zijn hun ambities op voldoende beschaafde manier te uiten en te verwezenlijken, dat wil zeggen in goed overleg en in samenwerking met hun omgeving, dan is ambitie niet een bron van ellende, maar juist de motor achter vooruitgang, werkelijke vooruitgang – dus niet te verwarren met voortgang. Dan wordt er werkelijk samengewerkt. Samenwerking vereist een individueel offer: energie die je ook in je eigen gewin had kunnen steken, steek je nu in een project dat ook anderen verder helpt. Dat je van de vruchten van samenwerking vaak nog veel meer eigen gewin binnensleept is daarbij niet van belang. Aanvankelijk moet je wel degelijk je eigen wereldje doorbreken, wat al erg moeilijk kan zijn, en bovendien zal haast per definitie meer dan één iemand profiteren van samenwerking.

In de inleiding ging het over uw ambitie, die dan en slechts dan door uw omgeving geaccepteerd wordt, wanneer u niet de enige bent die er baat bij heeft. Dat is een tamelijk Nederlandse houding – waarbij deze Nederlandsheid voor één keer geen negatieve bijklank heeft. Nederland is in de jaren ’90 het toonbeeld geweest van waar ambitie toe kan leiden: een land waar iedereen zichzelf kan, mag en zelfs moet zijn, waar zeer veel dingen door de beugel konden, en terecht. Waar ambities van bedrijven en instituties doorkruist konden worden door de belangen van het individu, de ambities van de individuele mens - die niet de waarheid in pacht heeft, maar wel weet wat goed voor zichzelf is. **

Concreet: een zwangere vrouw die zelf onvoldoende bestaansmiddelen heeft of zichzelf anderszins niet in staat acht om een kind ter wereld te brengen, kan ervoor kiezen haar ongeboren vrucht te laten verwijderen. Een doodzieke man zonder uitzicht op medische verlossing maar wel op veel pijn kan ervoor kiezen uit het leven te stappen. Iemand die toevallig zijn of haar leven wil delen met iemand van hetzelfde geslacht kan daarvoor een wettelijk geaccepteerde vorm kiezen en aanspraak maken op cultureel bepaalde festiviteiten rond een dergelijke verbintenis.

Een land dat zo ver gevorderd is in het stroomlijnen van ambitie, een land ook waarin althans bedrijfsmatige ambitie al eeuwen tot de traditie behoort, zo’n land heeft de toekomst. Globalisering en individualisering hou je niet tegen, dus kan je er beter mee leren omgaan. Nederland was daarin het verst gevorderd van allemaal. Desalniettemin kwam er in 2002 een kink in de kabel. Nu is er massaal gestemd op anti-ambiteuze partijen als de SP, de CU en de PvdV. De algehele stemming is anti-ambitieus. Houwen wat je heb, eigen volk eerst en Ausländer ‘raus is de teneur.

Terug naar vroeger tijden, inderdaad. Maar een van de belangrijkste categorieën in onze waarneming is het besef van de voort tikkende klok. Ambitie is het enige wat ons kan helpen, en ambitie kijkt altijd vooruit. De toekomst is morgen, en niet in 1950, 1917 of de Gouden Eeuw.

 


 
< Vorige   Volgende >