| Collaboratie |
| Saturday 21 October 2006 | |
|
Never trust zhe Zjurmans, schreef ik al. Dat is natuurlijk een open deur, want dat deed u niet en was u evenmin van plan - in 1940 vertrouwden we ze, en we weten allemaal wat daarvan terecht gekomen is, en anders vraagt u het maar aan uw opa, die immers, zoals alle opa's die niet bij de NSB zaten, zijn fiets onder zijn reet vandaan heeft laten stelen zonder een vinger uit te steken. Ja, de meeste mensen waren niet fout in de oorlog, maar ook niet helemaal goed, maar ik zou ook niet goed worden als er op elke straathoek een mof staat te posten, met dat taaltje van ze, en dan ook nog niks te vreten. Maar als 'goed' in dit geval betekent dat je wel eens een oosterbuur op zijn onbehouwen teringsmoel rost als dat zo uitkomt, daar zou ik dan misschien wel weer voor te porren zijn. Maar goed, u denkt natuurlijk weer van het gaat weer helemaal nergens over, hij zit maar wat te neuzelen. Ik antwoord u: geen commentaar. Er lijkt iets te sluimeren in mijn onderbewustzijn - als het er zo uitkomt ben ik verbaasd, van god wat aerdigh nu toch weer, dat zullen de lezertjes fijn vinden. Want vanavond gaan wij het hebben over collaboratie. Dit thema is aangesneden door Eemie, in het kader van de actie 'u vraagt wij draaien', en zoals bekend is er heel veel te zeggen over collaboratie. Dat het een duur woord is voor samenwerking bijvoorbeeld, en waar vrijwel iedereen het standpunt zal huldigen dat samenwerking een goed ding is, kampt 'collaboratie' met een imagoprobleem. Collaboreren, dat doe je met Duitsers, ook al zijn die niet te vertrouwen, en daardoor is collaboratie een nogal hypocriete activiteit. Iets anders wat wij kunnen opmerken over collaboratie is dat het een best wel fraai woord is, veel klinkers en verder vooral rrrrolllende letters, het doet bijna Italiaans aan, of Spaans, wat ook niet gek is omdat ook dit weer een Latijns woord is. Een dichter zou er ongetwijfeld raad mee weten. Weet je wat? We proberen het zelf gewoon even. Dames en heren, een gedicht getiteld 'collaboratie'.
Collaboreren kun je leren Maar er komt zonder twijfel Een hoop oefening bij kijken.
Laatst nog vroeg bijvoorbeeld Een Duitser of hij misschien Mijn fiets mocht lenen, alsjtoeblief, En toen ik hem hartgrondig Sommeerde op te rotten Begon hij uitgebreid te abvarderen Over de Europäischen Union En burenhulp en wat niet al.
Wat moet je dan? Geduldig Uitleggen dat je fiets, een erfstuk, In zekere confrontatie, jaren her, Op duistere wijze verdwenen is, Dat is het enige wat erop zit.
Ja, een waarlijk prachtig stukje poëzie, waar haal ik het vandaan, gottegot wat prachtig, de waterlanders staan mij in de ogen. Alleen jammer dat ik vergeten ben van de klankrijkdom van het woord collaboreren gebruik te maken. En ook die Duitser had er wel uitgemogen. Maar ja, een kniesoor die daarop let, tog?
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|







