| Gezocht: staatslieden voor een nieuw Europa |
| Tuesday 08 May 2007 | |
|
Waar is Europa? Sinds de Europese Grondwet in een Fortuynistische hausse werd afgeschoten, horen we niets meer van Brussel. Ja, er gebeurt wel van alles, maar onze eigen Hollandse navel blijft interessanter. Regering en Kamer hullen zich in stilzwijgen over hoe het nu verder moet, bang voor electoraal gezichtsverlies. De Nederlander wil Europa niet, en daarom wordt het debat gevoerd in de achterste achterkamertjes. Is dat wat Fortuyn nastreefde? Nee. Is dat goed voor het beeld en het functioneren van de Unie? Nee. Is dat democratisch? Hou toch op. Met de conservatieve, provincialistische wind die er momenteel waait (SP, Wilders, ChristenUnie) maakt enig debat over Europa geen schijn van kans. Eruit stappen is geen optie. In een globaliserende wereld moet er stevig samengewerkt worden, want een pietluttig landje als Nederland kan op geen enkel vlak een vuist maken. Dat weten de hardste boeroepers ook wel. Maar hoe moet het dan? Het is hoognodig dat een aantal dingen in de Unie aangepakt wordt. Om te beginnen is de jaarlijkse karavaan van Brussel naar Straatsburg en omgekeerd een gotspe. Dat kost tientallen miljoenen per jaar en levert niets op, behalve een symbool: Elzas-Lotharingen is niet langer betwist gebied, maar juist een zetel van eenheid en verbroedering. Je zou ook nog kunnen zeggen dat een paar miljoen op een begroting van bijna 116 miljard euro niet zoveel uitmaakt. Waar gehakt wordt vallen spaanders. Maar de man in de straat vreet het niet. In dit geval is het beter naar hem te luisteren, want het lukt al decennia niet om het uit te leggen. De verhuizing is symbool geworden voor een stroperige en door nationale belangen vertroebelde ambtenarenkliek. Verder zou een heldere structuur het functioneren van de Unie danig verbeteren, wat het imago ten goede komt. Geen gekloot meer met dikbetaalde Commissarissen, een enorm vleugellam parlement en ook nog de Raad van Europa, die allemaal wel iets te zeggen hebben en elkaar daarom regelmatig tegenwerken in de enorme schemergebieden van de huidige regelgeving. Wie doet wat? Waarom? Hoe? Als je dat vastlegt ben je al een heel eind. In het verlengde daarvan moet er voor belangrijke functies één persoon aan het roer komen te staan. Een Europese minister voor buitenlandse betrekkingen, één voor financiën, één als ‘regeringshoofd’ en ga zo maar door. Niet alleen bespoedigt dat de besluitvorming oneindig, ook is er één aanspreekpunt, één gezicht. Dat is fijn voor iedereen, zowel binnen als buiten Europa, voor bestuurders én burgers. De mens is geen abstract wezen, maar de Unie die er zowat een half miljard van bestuurt is zo platonisch als het maar zijn kan. Tenslotte de toetreding van Turkije. Als daar meteen werk van was gemaakt, hadden we nu geen bananenrepubliek aan onze grenzen gehad, geen wankelende staat waarin het leger zich met de politiek bemoeit om te voorkomen dat de fundamentalisten het voor het zeggen krijgen. Maar nee, veel lidstaten zijn bang dat hun ‘joods-christelijke cultuur’ op losse schroeven zal komen te staan door de toetreding van een moslimland. Gelul, want zo werkt een democratisch stelsel niet. Er zijn altijd nog iets van 25 staten om tegengas te geven als de moslims zich roeren. Zijn er verder bezwaren? Neen. Behalve dan dat het Turkse volk niet langer aan het lijntje wenst te worden gehouden en dus radicaal tegen dat onbetrouwbare en bekrompen Europa stemt.
Genoeg te doen, kortom, genoeg mogelijkheden ook. Provinciale populisten genoeg, maar met een goed verhaal zijn die uiteindelijk toch te overvleugelen. Want Europa is niet ‘best belangrijk’, maar van levensbelang voor het behouden van onze welvaart, onze waarden en onze culturen in deze stormachtige wereld. Dus kom maar op met die discussie. Laat er in godsnaam een paar politici opstaan die wél hun nek durven uitsteken, staatslieden van formaat die niet lullen maar doen. Mensen met visie en een constructieve houding, geen in zichzelf gekeerde grefo’s die zich geroepen voelen billboards te kuisen, of crypto-fascisten die hun eigen bekrompen angst overschreeuwen. Maar dat is precies waarom die gestroomlijnde Unie er nog niet is: staatslieden zijn uitgestorven.
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|







