| Het Dionysusparadijs |
| Thursday 19 July 2007 | |||
|
Voor Ziurdt.net staat de zomer (zonder obligate aanhalingstekens) van 2007 in het teken van festivals. Na Rock Werchter en Dour (beiden België) wacht Lowlands nog. Sziget in Hongarije was wegens werk nog een brug te ver, maar wie weet wat 2008 brengt. Door onze ruime ervaring met festivals groeit langzaam maar zeker het inzicht in wat een festival nu precies is, en waarom sommige mensen er zo van houden. Op voorhand zij de lezer gewaarschuwd dat dit een tamelijk filosofisch stuk zal gaan worden. Desalniettemin nodigen wij u uit het te lezen en er uw voordeel mee te doen: wat namelijk voor het specifieke geldt (in casu het festival), gaat evenzeer op voor het algemeen. Tot het eindAlvorens van wal te steken, is het zaak duidelijk te omschrijven waar we het over hebben. Het bedoelde type festival draait om popmuziek, is uitgespreid over meerdere dagen en beschikt over aanpalende campings waarop de meeste bezoekers overnachten. Festivals als North Sea Jazz, Oerol, 5 Days Off en Noorderslag vallen dus buiten ons terrein, hoewel er ongetwijfeld raakvlakken zijn aan te wijzen. De laatste bepaling is, dat het festival van begin tot eind wordt bezocht. Dagpasjes tellen niet. De kern van ons betoog is namelijk, dat een festival meer is dan alleen een gelegenheid om je favoriete artiesten te bekijken en nieuwe muziek te ontdekken. Muziek is noodzakelijk, maar het is niet de hoofdmoot van de ervaring. Die is namelijk een stuk abstracter.
ZielHet meerdaagse festival ontrukt de bezoeker volledig aan zijn dagelijkse bestaan. Ervoor in de plaats komt een vrijwel totale vrijheid, die alleen beperkt wordt door de hekken om het terrein en de primaire levensbehoeftes. Daarnaast gelden uiteraard de beperkingen die de aanwezigheid van anderen ons opleggen: wij mogen niet de hand aan een ander slaan, noch de ander belemmeren in zijn bewegingsvrijheid. Op het festival kunnen wij doen en laten wat we willen. Het contrast met het dagelijks leven is fel. Het kost ons enige tijd om ons aan te passen. Vandaar de nadruk op het meerdaagse festival. Als wij erin slagen om alles los te laten, dan slagen wij erin de grootst mogelijke vrijheid te beleven. Wij zijn onthecht van alle externe beperkingen. Wat overblijft is wat wij onszelf opleggen, of dat nu in de vorm is van dieetvoorschriften omwille van de slanke lijn, het zien van bepaalde acts of het treffen van bepaalde mensen. Of wellicht trachten wij iemand anders te zijn dan onszelf, beter, anders. Deze interne beperkingen komen op het festival open en bloot te liggen. Als de buitenwereld vrij van beperkingen is, kan men zich volkomen richten op de binnenwereld om daar ongehinderd huis te houden. Drugs kunnen daarbij helpen: door de ratio te temperen (op wat voor manier dan ook) bieden wij het ‘onderbewuste’, de ‘ziel’, ons ‘wezen’ of hoe je het ook wil noemen, de vrije teugel om aan de oppervlakte te treden. Hoe vaker dat gebeurt, hoe beter wij in staat zijn om te wennen aan dit diepliggende, min of meer ‘ware’ ik, en hoe beter wij in staat zullen zijn het te erkennen als onszelf.
SmukMet andere woorden, het festival brengt de bezoeker in een staat van meditatie. Die meditatie kan op allerlei manieren verdiept en ingevuld worden. Door middel van drugs, omgang met mensen, vreemd of bekend, urenlang zitten en staren en natuurlijk muziek en dans maken wij contact met iets dat dieper en slijtvaster is dan wat dan ook in ons dagelijks bestaan: ons diepste wezen, onze ‘ziel’. Langzaam krabbelt ons eigen ik naar de oppervlakte, in de vorm van wensen, gedrag, ideeën, gedachtes en gevoelens. De beleving en verwezenlijking daarvan vult ons met ene diep behagen: dit is wat wij willen, dit is wat wij zijn, dit is wat wij verlangen, en niets meer. De rest is smuk, ook al woog het ons thuis nog als lood op de schouders.
Ik, de kosmosHet festival is niets minder dan een religieuze ervaring. Daarbij dient eerst een vooral opgemerkt te worden, dat de gehanteerde definitie van religie veel breder is dan die van godsdienst. Op het festival gaat het niet om een externe, metafysische entiteit. Er is geen god die wordt aanbeden, net zo min als er in het communisme of het humanisme een god van dienst is. Het voert te ver om de details te bespreken, maar religie is eerst en vooral het streven naar totaliteit. Totaliteit is: deel uitmaken van de oneindigheid. Dat kan via een god, die oneindig is en het individu opneemt in zijn wezen, mits dat individu zich conformeert aan de goddelijke wet. Dat kan via de mens als collectief of soort; het individu sterft weliswaar, maar het collectief zal altijd blijven bestaan, met name wanneer het individu zich inspant om de situatie van het collectief te verbeteren. En tenslotte kan het streven naar totaliteit zich richten op de volle ervaring van het bestaan, van het individuele wezen als deel van de kosmos.
VerlichtingDie laatste variant van de religieuze ervaring bewerkstelligt het festival. De vrijwel totale vrijheid van het individu stelt hem in staat contact te maken met zijn diepste wezen. Geheel één met zichzelf, kan hij onbelemmerd opgaan in de wereld om zich heen. De buitenwereld is niet langer strijdig met de binnenwereld, want die binnenwereld is geheel in het reine met zichzelf en staat daardoor open voor de buitenwereld. Het volle ‘ik’ blaakt van zelfvertrouwen en is daardoor in staat de volle buitenwereld te aanvaarden en te behappen. Deze toestand is vergelijkbaar met de Verlichting die Boeddhisten nastreven. Tegelijkertijd is ze minder zuiver dan die Verlichting, want de Boeddhist tracht die altijd en overal te bereiken en in stand te houden. De festivalganger daarentegen wordt onvermijdelijk beroofd van zijn ervaring zodra het festival is afgelopen.
OnderhoudsboeddhismeMaar voor het zover is, wacht de festivalgangers nog veel moois. Hij voelt de behoefte zijn vrijheid en volheid te vieren. Hier komt de muziek om de hoek kijken. Sinds de Grieken weten we, dat muziek het individu boven zichzelf laat uitstijgen. Muziek grijpt de ziel en voert die met zich mee in extase. De ziel wordt één met de muziek, en de muziek is extern, onderdeel van de buitenwereld. Aangezien de festivalganger één was met zijn ziel, is de extase compleet. In woeste dansen of liggend met de ogen dicht ervaart hij de totaliteit op een zeer directe manier. Hij wordt één met de muziek, en daardoor één met de buitenwereld. Totale extase, totale ontspanning zijn het gevolg. Deze diepe religieuze ervaring werkt nog lang door nadat het festival is afgelopen, maar de invloed ervan wordt langzaam zwakker. Hoe meer tijd verstrijkt, hoe verder de ziel weer bedekt raakt onder trivialiteiten en smuk. Dan is er de keuze: nog een festival, of toch maar Boeddhist worden. Een mengvorm zou ideaal zijn, met een dagelijkse dosis onderhoudsboeddhisme.
NachtDeze uitvoerige analyse gaat natuurlijk weer over een ideaaltype festivalganger. Vrijwel nooit werkt het helemaal zo, er is altijd wel wat. Maar het gaat nog verder: op elk festival lopen nogal wat mensen rond die niet rijp zijn voor de ervaring, hetzij omdat ze een god dienen, hetzij omdat sommige lasten zich niet laten afwerpen, hetzij omdat hun religieuze gevoel niet toereikend is. Deze mensen zijn een stukje alledaagsheid in de religieus beroerde menigte. Ze detoneren, je pikt ze er gelijk uit. Gelukkig gaan ze vaak vroeg slapen, en blijft het Paradijs van Dionysus achter voor het uitverkoren volk. Maar je kan ook gewoon zeggen dat festivals voor hippies zijn. Blijft u dan wel lekker thuis alstublieft?
...
Zwamde een gast, 2007-08-02 23:52:27 Godverdomme! Ik weet wat ik mis in het leven: ik ben al jaren niet naar festivals geweest! Maar ik weet ook wat ik gevonden heb: het woord 'onderhoudsboeddhisme'!! |
|||
| < Vorige | Volgende > |
|---|







