Home
Ziurdt.net?
Archief
Feuilleton
Zwammen
Zoek/vind
Roept u het maar
U wilt ook lezen:
Archief
Links
Bert Brussen
de Drugsbijbel
Jasper van Harskamp
Propria Cures
Rebelsch
Rodehond
Retecool
Sargasso
De Speld
Yellowsnow
Ik wil ook Joomla!
Ik wil ook in deze lijst!
Naar Japan (deel 3)  E-mail
Monday 17 September 2007

Wachtend op mijn bagage in Narita merkte ik een KLM-grondstewardess op, die met een klapper op de arm hevig op zoek leek naar iemand. Mistel Vannuhdurrinudeh, was die hier? Hee. Wacht eens even. Ze begon helemaal te stralen toen ik naar haar toe kwam. Maar wat wilde ze? Ah, ik moest opschieten. Maar mijn koffer dan? “Yes, yes, ruggage, yes. What coroh?” Ah! Grijs. Anthraciet. Geen stickers.

Ik moest het adres van mijn hotel opschrijven en dan zouden ze het nasturen. Twee andere, eveneens allerliefste grondstewardesjes voegden zich bij mij, een en al onrust. Daarheen, daarheen! Al buigend en wenkend sleepten ze me naar de douane. Ze kwetterden gedrieën wat tegen de pet die daar stond, die keek even in mijn paspoort en in mijn schoenen, toen mocht ik door. Rennend. Twee dames namen al gauw afscheid, de derde holde op haar hakjes klik-klak voor me uit tot de incheckbalies. Daar stond nummer 4 op me te wachten met mijn ticket. Nummer 3 zwaaide af, nummer vier klik-klakte met me mee. Of het ging? Ja, ik ren zo snel als jij kan. O! Velly nice of you suh. Klik-klak. Bij de security liet ze me gaan. De intercom leek voortdurend mijn naam te roepen op z’n Japans. Ik was de eennalaatste bij de gate.

 

Vreten en roken

Het vliegtuig was half leeg. Neef had verteld dat Japanners liever reizen met de shinkansen, ook wel bullet train genoemd. Die rijdt door het hele land, met een kruissnelheid van een kilometer of 350 per uur. Daardoor heb je de ruimte in de vliegtuigen.

Breeduit keek ik uit het raam. Tien minuten na opstijgen en een flinke bocht vlogen we over Tokyo. Overal stad, zover het oog reikt. Het toestel vloog nog niet zo hoog, waardoor er nog flink wat details te zien waren. Indrukwekkend! Een foto geeft er maar een fletse indruk van.

 

Tokyo

 

Krap twee uur later naderden we Fukuoka. Het vliegveld ligt midden in de stad. Daardoor krijg je een mooi uitzicht op de baai, waarvan de Japanners gretig gebruik gemaakt hebben door er een paar enorme gebouwen aan te plempen. Daarachter eindeloos veel hoogbouw, woontorens vooral. Vierbaans Highways op twee verdiepingen met mintgroene zijkanten.

Uit de Moleskine: “13:25 – Net geland – Japan is WEIRD. Overal kriebeltjes. Monorails, dubbele snelwegen, veel hoogbouw en grote megalomane shizzle aan het water. Glimmend. Tijd tekort! Eerst [neef] bellen, dan vreten en ROKEN!”

 

Fukuoka

Klikkerdeklik voor groter plaatje

Hulpeloos

Makkelijker gezegd dan gedaan. Want voor vreten en bellen heb je geld nodig. Westerse telefoons werken vaak niet in Japan. Je hebt een 3G (derde generatie) toestel nodig, quadband of UMTS ofzo, anders werkt het niet. Mijn unit is bijna 2 jaar oud, dus ik kon het vergeten. Dat wist ik, maar ik dacht: een muntje in de telefoon en klaar. Eerst pinnen, dus.

Loop je dan met je brakke harses. Overal telefoons met telefoonkaartautomaten ernaast. Ook een soort pinautomaten, maar die stonden geheel volgekalkt met Japanse karakters. Geen chocola van te maken. Dan moeten we het vragen. “No suh, foh ahhlaain ticket thank you”. Ah. Waar dan? Daarheen, wijst de vriendelijke juffrouw. O. Deze vergaarde terminal blijkt niet alles te zijn. De buitenlandse terminal is inderdaad een stuk fraaier en beter uitgerust. Maar niet met pinautomaten. Weer vragen. Uiteindelijk bleek er tussen de twee gebouwen een postkantoortje te zitten. Hè, hè.

Wat nu? Neef bellen? Nee: over niet al te lange tijd is het pakketje afgeleverd, dus is het beter om dan twee telefonische vliegen in één klap te slaan. Bovendien is het in Nederland 7 uur vroeger, zaterdagochtend iets voor 7 uur, en als neef ook maar enigszins familie is weet ik dat ik de grootst mogelijke consideratie dien te betrachten. Taxi dus!

Die rijden af en aan. Met het papiertje met het adres (denk ik) van het bedrijf in mijn hand stap ik naar de voorste toe: do you speak English, vraag ik door het raampje. Het raampje gaat dicht, maar de deur gaat niet open. Twee Japanners stappen in. Volgende. Die opent gelijk zijn deur, maar spreekt geen Engels. Ik geef hem het briefje. Hij bekijkt het fronsend en begint in het Japans tegen me te praten. Ik kan niets doen dan hulpeloze gebaren maken. Ik haat dit. En het is warm, bloedheet.

 

Bonnetje

Zwetend pak ik mijn boekwerk “Japans voor dummies”. Ik ben moe en nerveus. Als dat papiertje niet werkt, wat wel? Neef had de locatie van het bedrijf en van het vliegveld op Google Earth gezet. Twee kilometer bij elkaar vandaan, hooguit. Zal ik gaan lopen? Zonder kaart is dat een heilloze weg. Wat dan?

Maar de taxichauffeur weet raad. Hij belt een van de telefoonnummers op het papier. Hij legt de situatie uit (denk ik): “Er zit hier een westerling met een papier in mijn wagen, spreekt geen woord Japans... wat? Nee, natuurlijk niet, haha. Maar goed, hij heeft een papier waarop staat”- en dat verstond ik wél – “Panasonitsuku tesutora laboratoru... Hai... hai. Domo arigato”. Hij glimlacht over zijn schouder en legt het gas erop. Naar het testlaboratorium van Panasonic, wijk zoveel, straat zoveel, blok zoveel. Want zo schrijf je adressen in het Japans. En dat adres stond ook gewoon op het papier. Maar wat doe je eraan.

En lang dat het duurde. Gaat het wel goed? Rijdt hij me niet naar een donker steegje, waar zijn ninjamaten me afslachten en door de sushi roeren? Na elke drie blokken was er een kruising met stoplichten. Die stonden altijd op rood. En daarna was er file. Nog meer file. Fucking twee kilometer! Dit gaat niet goed.

Hoewel, de richting komt overeen met wat ik weet van Google Earth. Ook de landmarks kloppen: een spoorlijn, een rivier, als hij nu niet naar links gaat is het foute kaas – en ja hoor, de taxi slaat linksaf. Mooi!

Een minuut later staan we voor het gebouw, dat ik herken van foto’s. “Areh!” stamel ik, en “koko!”. “Die” en “daar”. Ik moet geklonken hebben als een baby. Zo voelde ik me ook: uiterst ongemakkelijk en hulpeloos. Hij stopte op de oprit. Ik trok mijn portemonnee. Hij zei iets, ik begreep hem instinctief: of ik niet terug wilde. Ik had immers gene koffer, die stond nog vrolijk in Narita. Ik gebaarde van niet. 1.780 yen, wees hij op de meter. 12 euro. Ik betaalde, en stamelde “ryoshoshu”. Wablief? “Ryoshusho...?” Ah! Maar natuurlijk. Bonnetje. Hatseflats. Uit oprechte dankbaarheid boog ik, zittend en wel, onder het roepen van “domo arigato, arigato!” Hij glimlachte, en ik rolde met tas, boek, portemonnee en jasje het gras op.

 

(wordt hier vervolgd) 

 

Gezwam van anderen (0) >>
Zelf zwammen

Ziurdt.net


busy
 
< Vorige   Volgende >
Wie nu hier
Momenteel aanwezig: 74 bezoekers
Login Form
Log nu in op www.ziurdt.net





Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!
All your base are belong to Ziurdt.net