| Respect en het einde van de geschiedenis |
| Tuesday 29 May 2007 | |||
|
Begin jaren ’90 proclameerde politiek filosoof Francis Fukuyama dat met de val van de Sovjet-Unie het ‘einde van de geschiedenis’ was aangebroken. Van de Grote Verhalen was alleen het kapitalisme overgebleven, terwijl God al 100 jaar dood was. Na duizenden turbulente jaren menselijke beschaving kreeg de wereld eindelijk een kans op echte wereldvrede. De Balkanoorlogen bewezen het tegendeel. Toch bleef Fukuyama’s stelling min of meer in zwang: het bolwerk van kapitalisme, hypermacht Amerika, zou de wereld kunnen voorgaan naar een Gouden Tijdperk. De internet-zeepbel en de aanslagen van 11 september gooiden definitief roet in het eten. Vooral de reactie van de regering-Bush en vele Europese leiders in hun voetspoor markeerde een omslag. In plaats van een sluimerend conflict langs lijnen van sociaal-economische ideologieën ontrolde zich nu razendsnel een nog veel gruwelijkere machtsstrijd: één langs lijnen van religie. De Islam tegen het ‘Verlichte’, ‘Joods-Christelijke’ Westen. Dit conflict heeft inmiddels alle lagen van de samenleving doordrongen. Van internationale politiek tot overlast van straatschoffies: het zijn respectievelijk de conservatief-islamitische republiek Iran en de jonge moslims die met harde hand aangepakt moeten worden. Is Iran zo anti-Westers omdat het een Islamitische republiek is? Nee. Is het straatschoffie zo’n etterbak omdat het een moslim is? Ook nee. Maar hoe meer op de verwerpelijkheid van de Islam gehamerd wordt, hoe meer de moslim zich met zijn geloof zal identificeren, en hoe meer hij zich zal afzetten tegen de vijand van zijn geloof. Hollands finest hour, de religieus gemotiveerde opstand tegen de Spanjaarden die uitmondde in de Tachtigjarige Oorlog, is mutatis mutandis een leerzaam stukje canon.
Sinds de opkomst van Pim Fortuyn is Nederland druk doende zich staande te houden tegen een vermeende ‘tsunami van islamisering’ (Geert Wilders). Grote groepen immigranten hebben zich immers van de Nederlandse samenleving afgewend. Dat uit zich in kleine dingen als het weigeren van handen, maar ook in terrorisme (de Hofstadgroep). De omvang van deze groep afzijdigen is gering. De gevoeligheid is echter groot. De berichtgeving over incidenten heeft een erg hoog ‘zie je wel’-gehalte. Met andere woorden: de onwelwillende houding tegenover de moslimbevolking wordt er alleen maar groter door, want bestaande vooroordelen worden bevestigd. Het gevolg is dat langzaam maar zeker de termen ‘allochtoon’ en ‘moslim’ inwisselbaar zijn geworden, met name in combinatie met ongewenst gedrag. Moslims zouden unaniem en integraal de Nederlandse samenleving de rug toekeren en zich inspannen voor een islamitische machtsovername. De eerste tekenen daarvan zijn te vinden in de zogenaamde beperking van het vrije woord: iemand als Wilders moet zijn standpunten bekopen met permanente beveiliging. Hij moet beschermd worden tegen moslims, die vanuit hun geloof tot op het bot ondemocratisch zouden zijn en dus ’s mans woorden met kogels willen beantwoorden.
Dit is een voorbeeld van hoe de complexe problemen rond immigratie gepolariseerd raken langs religieuze lijnen. Wilders spreekt moslims aan op hun geloof en stelt daar zijn eigen verlichtingsideologie tegenover. Wat die behelst is niet geheel duidelijk, maar het gaat om democratie en zeggen wat je wil. De soevereiniteit van de individuele rede is de hoeksteen van onze samenleving, en juist die wordt door de Islam ontkend, lijkt de teneur. Maar omdat Wilders zijn alternatief niet of nauwelijks toelicht, is er reden om aan te nemen dat onder zijn grote woorden met name bekrompen xenofobie schuilt. Echter, de religieuze polarisatie leidt ertoe dat steeds meer onderwerpen bespreekbaar worden. En niet in positieve zin. Doordat religie in het brandpunt van de belangstelling is komen te staan, krijgen allerlei marginale grieven plotseling urgentie. In Amsterdam zijn er scholen die geen boerderijbezoeken meer afleggen , omdat de aanblik van varkens kwetsend zou zijn voor de moslimleerlingen. Deze afkeer uitte zich in het feit dat leerlingen ‘de boel afbreken’ zodra het varken ter sprake komt. Nu is het bekend dat moslims geen varkensvlees mogen eten, omdat dat volgens de Koran onrein is. Maar is het varken taboe? Nee. In geval van nood mag een moslim zelfs onrein (haram) voedsel eten om niet te sterven van de honger. Om de problemen op Amsterdamse scholen dus in verband te brengen met de Islam is regelrechte onzin. Een stel etterbakken misbruikt hun geloof om rotzooi te trappen. Het probleem is opvoedkundig van aard en niet religieus. Het is geen nieuws en zéker geen aanleiding tot Kamervragen. Nog een voorbeeld. Marokkaanse jongeren hebben lak aan de dodenherdenking op 4 mei (kransenvoetbal ) Bovendien zijn er onder hen lieden die de holocaust ontkennen . Dat wordt maar al te gretig uitgelegd als jodenhaat. Marokkaanse moslims haten de Joden, want dat zijn Joden. Welnu, de jongeren waar het om gaat haten de Joden inderdaad. Maar niet omdat ze het joodse geloof aanhangen. Dat de opstandige Marokkaanse jeugd zich identificeert met het islamitische ‘broedervolk’ der Palestijnen kun je ze moeilijk kwalijk nemen. Wat betreft het kransenvoetbal geldt alweer dat het hier eveneens met name om een opvoedkundig probleem gaat. Er zijn subtielere manieren om je afkeer van Israël en haar praktijken te uiten. De holocaust is een heilig huis in Nederland. Maar in de Arabische wereld doet die er niet zoveel toe. Volgens dit Clingendael-artikel uit 2004 is het er zelfs een totaal onbekend fenomeen. In met name Marokkaanse kringen wordt wel geroepen dat de onderdrukking en uitsluiting van joden in de Tweede Wereldoorlog niet zoveel verschilt van wat hen tegenwoordig overkomt. Waarom krijgen die joden, die moslimonderdrukkers, zoveel aandacht en zij en hun toestand helemaal niet? Dat moet een complot zijn. Vanuit die houding volgt alweer wangedrag. Dat wangedrag is wederom een opvoedkundig probleem. Aanpakken! Maar het kwaad is al geschied: opnieuw is een politiek conflict in de religieuze sfeer getrokken. Moslims haten Joden, heet het, terwijl het gaat om immigranten met een islamitische achtergrond die niet geheel onterecht een diepe afkeer voelen tegen de praktijken van de staat Israël.
Tegelijkertijd wisselen de kabinetten-Balkenende elkaar af, steevast bevolkt door een aanzienlijk aantal orthodoxe christenen. In het religieus gepolariseerde debat moet de regering een keuze maken. Die keuze ligt op het vlak van de invloed en de aanwezigheid van religie op en in de maatschappij. Hoe ver gaat de vrijheid van godsdienst ten opzichte van de vrijheid van meningsuiting? Is de openbare ruimte volledig seculier? Mag een gelovige de gebruikelijke omgangsvormen publiekelijk afwijzen op grond van zijn geloof? De kabinetten-Balkenende kozen doorgaans voor de religieuze opties. De vrijheid van meningsuiting werd begrensd met het bet begrip ‘respect’. Respect voor andermans overtuiging smoorde elke discussie over wat wel en niet kan. Voor de orthodoxe christenen sneed het mes zo aan twee kanten: het oplaaiende conflict leek gesust, en ook hun eigen soevereiniteit in eigen kring was voorlopig weer gered.
Zelfs de imam die opriep tot het verdelgen van homoseksuelen (die volgens hem overigens op varkens lijken, ziedaar het non-existente taboe) staat een stuk sterker dankzij het van overheidswege gepropageerde respect voor andermans mening.
Hoe nu verder? Het debat suddert verder, voortdurend langs lijnen van geloof en levensbeschouwing. Steeds grotere groepen moslims verliezen contact met de samenleving, die immers dag in dag uit fulmineert tegen hun diepste overtuigingen. Aan de onderkant vervallen steeds meer mensen tot agressie, waardoor de hetze in het andere kamp gevoed wordt. Steeds sneller gaat het neerwaarts in de vicieuze cirkel. Wanneer wordt de bodem bereikt? En wat gebeurt er dan? Staat ons een burgeroorlog te wachten? Zoveel haat is er nog lang niet. Maar het is wel denkbaar dat er over niet al te lange tijd grootscheepse rellen uitbreken, vergelijkbaar met Parijs 2005 of misschien de rassenrellen in Amerika. Hoe verschrikkelijk ook, een dergelijke gebeurtenis zou wel het startpunt kunnen zijn van de weg terug omhoog. Wie een vuist maakt, wordt serieus genomen. Maar dan moet het geen jihadistische vuist zijn, maar een vuist tegen onderdrukking en achterstelling.
Dat is Nederland. Maar zoals we zagen zijn de problemen internationaal van aard, want nauw verknoopt met het conflict tussen Israël en Palestina. Daarnaast spelen ook Irak, Iran en Afghanistan een enorme rol, samen met of als exponent van de ellendige koloniale geschiedenis van de heartlands van de Islam. Bovenstaand rijtje internationale oorzaken maakt bepaald mismoedig. Een pasklare oplossing is ver te zoeken. Een populistische one-liner kan geen antwoord zijn. Vrede in Israël, een stabiel Irak, Iran als volwaardige natie in de wereld, het kán allemaal wel, maar dan moet Balkenende onze grote en machtige bondgenoot aan de overkant van de Atlantische Oceaan wel eerst even om zien te praten. En aangezien dat het laatste is wat zal gebeuren, staan ons nog heel wat bloedstollende ontwikkelingen te wachten. De geschiedenis begint nog maar net.
|
|||
| < Vorige | Volgende > |
|---|








