|
Al meer dan een decennium koester ik de wens om een groot en veelzijdig schrijver te worden. Wat is een groot schrijver? Iemand die boeken schrijft die de levens van grote aantallen mensen veranderen. Of zelfs maar één boek, hoewel ook hier geldt: meer is beter. Hoe schrijf je zo een boek? Jarenlang heb ik gedacht: door er veel wetenswaardigheden in te stoppen. Een soort Da Vinci code: een spannend plot schud je zo uit je mouw, maar die wetenswaardigheden, daar moet eindeloos voor gelezen worden.
Vandaag de dag weet ik vele dingen, vooral dingen die tamelijk nutteloos en ver van mijn bed zijn. Maar de grote roman is er nog niet. Waarom niet? Omdat je alleen kan schrijven over wat je na aan het hart ligt. Schrijven is een pokkewerk van klasse, als je niet gefascineerd bent en blijft door je stof. In mijn diepste vezels ben ik toch geen wandelende encyclopedie. Kennis is niets als het niet past binnen een systeem, een overkoepelende visie of een alomvattend gevoel. Ik ben ook geen filosoof: zo'n systeem kan ik niet bedenken en ik heb een hekel aan wat niet oorspronkelijk is. Zo'n alomvattend gevoel kan niet anders zijn dan religieus van aard, en lange tijd heb ik mezelf voorgehouden dat ik niet godsdienstig ben. Dat ben ik nog steeds niet, en van ganser harte, maar religie is niet hetzelfde als onderwerping aan een hogere macht met een baard. Het zal de trouwe Ziurdt.net lezers niet ontgaan zijn dat de toon afgelopen week iets anders was dan daarvoor: lofzangen op het Leven, met hoofdletter, een maniakale schrijfstijl en stof die u wellicht bij tijden achter het oortje doet krabben, van die gozer is gek geworden. Misschien ben ik ook gek geworden, maar waarschijnlijk ben ik alleen maar opgehouden met zoeken naar kunstmatige uitingsvormen, ten gunste van wat er van nature in me opborrelt. Ik doe waar ik me prettig bij voel, en dat is nu eenmaal de beest uithangen, genieten van het feit dat ik een wandelende biochemische reactie ben en dat de scheikunde reeds zo ver gevorderd is (hoewel de Egyptenaren al bier hadden). En het werkt: niet alleen vaar ik er wel bij, maar ook de ideeën voor de schrijverij vliegen me weer om de oren. In conformistische tijden vol carrière en huisje-boompje-beestje, in tijden van bloedeloze ivoren-toren-literatuur en knusse emo-poëzie kan een boek maar over 1 ding gaan: weg, Leven, de Roes, Sint Vitus. Ik zie het eindelijk weer zitten om maandenlang koortsachtig aan mijn laptop gekluisterd te zitten, bezeten van mijn ideeën en zeker van mijn zaak - mensen zullen het willen lezen, en door het eindproduct zal ik hun ziel kunnen aanraken, en niets zal meer hetzelfde zijn. Luister: "A rapid typist, Kerouac ht on the idea of typing nonstop to get the "kickwriting" momentum he wanted. Like the poet Hart Crane, he was convinced thathis verbal flow was hampered when he had to change paper at the end of a page. Kerouac taped together twelve-foot-long sheets of tracing paper, trimmed at the left margin so they wouldfit in his typewriter, and fed them into his machine as a continuous roll. Holmes visited his apartment while this version of On the Road was in progress and was amazed at the thunderig sound of Jack's typewriter racing nonstop. Joan had taken a job as a waitress, and when she got home she fed Jack pea soup and coffee; he took Benzedrine to stay awake. Joan was impressed by the fact that Jack sweated so profusely while writing On the Road that he went through several T-shirts a day. He hung the damp shirts all over the appartment so they coud dry. Kerouac started his book in early April 1951. By April 9, he had written thirty-four thousand words. B April 20, eighty-six thousand. On April 27, the book was finished, a roll of paper typed as a single-spaced paragraph 120 feet long". (Uit de inleiding van Kerouac's On the Road, Penguin 1991) Zo moet het!
|